Toetsmethodieken: oud versus nieuw
Wat in het modulaire brandweeronderwijs module-examen genoemd wordt en kan bestaan uit een praktijkexamen, schriftelijk examen of een projectopdracht, is in het competentiegerichte onderwijs vervangen door de proeve van bekwaamheid. De proeve van bekwaamheid is een instrument waarmee competenties worden gemeten. De proeve van bekwaamheid bestaat uit verschillende toetsen, een voor een of meerdere kerntaken van de functie.De proeve van bekwaamheid kan uit verschillende toetsvormen bestaan:
- arbeidsproef (een kandidaat voert onder normale werkomstandigheden een realistische opdracht uit);
- simulatie (arbeidsproef met gesimuleerde onderdelen, acteursimulatie, computersimulatie. De kandidaat voert onder gesimuleerde werkomstandigheden een realistische opdracht uit);
- authentieke opdracht (complexe en van de beroepspraktijk afgeleide probleemsituaties waarin een kandidaat activiteiten ontplooit, resulterend in producten bijvoorbeeld een plan van aanpak schrijven aan de hand van complexe casuïstiek rondom een calamiteit of ramp);
- schriftelijke toets (online via de computer m.b.v. toetsservicesysteem TestVision) (beoordelen van kennis en inzicht van een kandidaat door middel van open of gesloten vragen);
- portfolio (dossier-, gedrags,- of ontwikkelportfolio. Beoordelen van de ontwikkeling van competenties van een kandidaat in de loop van de tijd);
- toetskaart (opleidings- of werkplekgebonden. Beoordelen van basisvaardigheden door de docent of trajectbegeleider);
- retrospectie (reflectiegesprek: de kandidaat wordt beoordeeld op de reflectie van het eigen gedrag).
Alle bovenstaande methoden hebben zowel sterke als zwakke toetstechnische kanten.
In de literatuur wordt aangegeven dat er geen beste methode voor competentiebeoordeling is maar dat een combinatie van toetsvormen, een methodenmix, uitkomst biedt. De methodenmix zorgt voor compensatie van zwakke punten van een bepaalde methode door de sterke punten van andere methoden. Daarnaast is meer gevarieerde informatie beschikbaar voor de beoordeling van bekwaamheden van een kandidaat.
De keuze van het type examenopdracht hangt voornamelijk af van de te toetsen competentie. Daarbij dient steeds de vraag gesteld te worden: is dit de meest geschikte en efficiënte opdracht om de betreffende bekwaamheid te toetsen?
Kenmerkend voor competentiegericht toetsen is dat naast de eindtoets een verschuiving naar toetsen tijdens de opleiding plaatsvindt, zowel op het opleidingsinstituut als op de werkplek. De diverse onderdelen van de proeve van bekwaamheid kunnen namelijk op verschillende momenten worden afgenomen: tijdens het leren op de werkplek, aan het opleidingsinstituut en tijdens Nbbe-toetsing (bijv. eindtoets).

